Op 1 mei 2025 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van 596 kilogram MDMA en het voorhanden hebben van een pistool. De zaak is inhoudelijk behandeld op 17 april 2025, waarbij procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging zijn gemaakt en aan de rechtbank zijn voorgelegd.
De procesafspraken hielden onder meer in dat verdachte werd veroordeeld tot 44 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €20.000, in plaats van de gebruikelijke 66 maanden. Verdachte heeft vrijwillig afstand gedaan van verdedigingsrechten en erkende de consequenties van de afspraken. De rechtbank achtte de straf passend gezien de ernst van de feiten en de proceseconomische voordelen van de afspraken.
De rechtbank stelde vast dat verdachte op 10 oktober 2024 in zijn garage een grote hoeveelheid MDMA en een vuurwapen had. Er was geen sprake van omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigden. De strafvermindering werd gerechtvaardigd door de efficiënte rechtspleging en het voorkomen van hoger beroep. De opgelegde straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.