ECLI:NL:RBZWB:2025:2540
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geheimhouding van persoonsgegevens in navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting
De zaak betreft een verzoek van de inspecteur van de Belastingdienst om geheimhouding van bepaalde stukken in een procedure over navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting 2010-2013, inclusief vergrijpboetes en belastingrente. De stukken bevatten e-mailcorrespondentie waarin namen, telefoonnummers en e-mailadressen van Nederlandse belastingambtenaren zijn opgenomen.
De inspecteur heeft op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevraagd om geheimhouding van deze persoonsgegevens ter bescherming van de privacy van de ambtenaren. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze geheimhouding en verzocht om een zitting, maar de geheimhoudingskamer besloot dat een mondelinge behandeling niet nodig was.
De geheimhoudingskamer heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming en het privacybelang van de ambtenaren. Gezien de aard van de persoonsgegevens en de mogelijkheid tot anonieme aanduiding met NN-nummers, weegt het privacybelang zwaarder. Daarom is het verzoek om geheimhouding toegewezen en blijven de betreffende passages buiten beschouwing bij de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding van persoonsgegevens van belastingambtenaren wordt toegewezen vanwege het privacybelang.