Belanghebbende, die in juli 2017 naar de Verenigde Staten is geëmigreerd, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over diverse tijdvakken van 2015 tot en met 2018. De inspecteur had de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaartermijn was verstreken. De rechtbank behandelde de beroepen en onderzocht of de aanslagen op de juiste wijze waren bekendgemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de aanslagen terecht waren verzonden naar het adres waarop belanghebbende volgens de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) stond ingeschreven, namelijk een adres in Nederland. Belanghebbende had niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdig zijn adreswijziging naar de VS aan de gemeente had doorgegeven, zodat de BRP niet was aangepast. Hierdoor was de bezwaartermijn overschreden.
Ook stelde belanghebbende dat de aanslagen aan een verkeerd adres waren geadresseerd, maar de rechtbank vond geen aanwijzingen dat de inspecteur hiervan op de hoogte had moeten zijn. Verder werd vastgesteld dat de naheffingsaanslag over 2015 niet was verjaard omdat de verjaringstermijn tijdig was gestuit. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.