ECLI:NL:RBZWB:2025:2354

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
22 april 2025
Zaaknummer
11021884 \ CV EXPL 24-1125 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van Dam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:136 BWArt. 6:119a BWArt. 6:44 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering betaling huurcontainers en proceskosten door Euromilieu tegen huurder

Euromilieu B.V. verhuurt afvalcontainers aan een eenmanszaak in gevelrenovatie. De huurder ontving zes facturen voor levering en wisseling van containers, waarvan een deel onbetaald bleef. Na sommatie betaalde de huurder € 4.100,00, maar Euromilieu vorderde het restant plus wettelijke handelsrente en proceskosten.

De huurder stelde dat Euromilieu naliet de containers tijdig op te halen, waardoor derden asbest in de containers deponeerden en hij op eigen kosten de verwijdering moest verzorgen. Hij vorderde verrekening van deze kosten met de facturen. De rechtbank oordeelde dat de huurder onvoldoende bewijs leverde voor zijn schade en niet op de zitting verscheen om zijn verweer toe te lichten, waardoor verrekening niet slaagde.

Euromilieu kreeg een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend, zij het lager dan gevorderd, en de wettelijke handelsrente werd toegewezen. De proceskosten werden toegewezen conform het liquidatietarief, omdat geen misbruik van procesrecht was vastgesteld. De huurder werd veroordeeld tot betaling van € 2.090,68 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.090,68 plus wettelijke rente en proceskosten conform liquidatietarief.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11021884 \ CV EXPL 24-1125
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van
EUROMILIEU B.V.,
gevestigd te Sprundel,
eisende partij,
hierna te noemen: Euromilieu,
gemachtigde: mr. I.J.M. van Setten,
tegen
[gedaagde], H.O.D.N. [bedrijf],
wonende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 mei 2024 met de daarin genoemde stukken,
- de mondelinge behandeling van 31 oktober 2024, waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt en waarvan een proces-verbaal is opgemaakt. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Euromilieu haar vordering vermeerderd en daartoe een akte overgelegd. Deze akte is met het proces-verbaal van de mondelinge behandeling naar [gedaagde] gestuurd. Ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft [gedaagde] niet op de vermeerdering van eis gereageerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Euromilieu verhuurt afvalcontainers. [gedaagde] heeft een eenmanszaak in gevelrenovatie en onderhoud van vastgoed.
2.2.
[gedaagde] heeft van Euromilieu containers gehuurd, die Euromilieu heeft geplaatst en meermaals gewisseld.
2.3.
Euromilieu heeft voor de levering en het wisselen van de containers aan [gedaagde] in de periode van 18 februari 2022 tot en met 22 maart 2022 een zestal facturen gezonden van in totaal € 5.240,02. De facturen hebben een betalingstermijn van acht dagen.
2.4.
Euromilieu heeft op 21 april 2022 een betalingsherinnering aan [gedaagde] gezonden.
2.5.
Na sommatie heeft [gedaagde] in totaal € 4.100,00 betaald.

3.Het geschil

3.1.
Euromilieu vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.239,68, vermeerderd met wettelijke handelsrente en de werkelijke proceskosten.
3.2.
Euromilieu legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft van Euromilieu containers gehuurd. Euromilieu heeft hiervoor zes facturen van in totaal € 5.240,02 aan [gedaagde] gestuurd. Ondanks herinnering heeft [gedaagde] deze facturen onbetaald gelaten. [gedaagde] verkeert in verzuim en is wettelijke handelsrente verschuldigd. Euromilieu maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 786,00. Na sommatie heeft [gedaagde] € 4.100,00 betaald. Op grond van de wet strekt de betaling eerst op mindering op de verschuldigde rente en incassokosten. Omdat [gedaagde] bij antwoord slechts het reeds in de dagvaarding opgenomen en weerlegde verweer heeft herhaald en niet op de mondelinge behandeling is verschenen, maakt Euromilieu aanspraak op vergoeding van de werkelijke proceskosten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Euromilieu. [gedaagde] geeft aan dat de facturen juist zijn. [gedaagde] heeft Euromilieu herhaaldelijk verzocht om de containers op te halen, omdat zijn opdrachtgever failliet is gegaan. Euromilieu heeft dat niet (op tijd) gedaan. Derden hebben vervolgens afval en asbest in de containers gegooid. [gedaagde] heeft vervolgens op eigen kosten het asbest moeten laten verwijderen, omdat Euromilieu weigerde om de containers op te halen. De gemaakte kosten van € 3.500,00 moeten met de vordering van Euromilieu worden verrekend.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Omdat [gedaagde] de verschuldigdheid van de facturen niet heeft betwist, is de verschuldigdheid daarvan vast komen te staan. [gedaagde] is dan ook in beginsel gehouden om deze facturen te betalen.
Geen verrekening
4.2.
[gedaagde] heeft zich beroepen op verrekening van de vordering van Euromilieu met de schade die hij stelt te hebben geleden. Euromilieu heeft ter zitting de schade van [gedaagde] betwist, omdat daar geen bewijs van is overgelegd.
4.3.
De kantonrechter kan de gegrondheid van het verweer van [gedaagde] niet op eenvoudige wijze vaststellen [1] , omdat niet vaststaat wat de omvang van zijn schade is en of Euromilieu aansprakelijk is voor die schade. Omdat [gedaagde] niet op de mondelinge behandeling is verschenen, heeft hij zijn verweer ook niet nader kunnen toelichten. Het beroep op verrekening met die vermeende schade slaagt daarom niet.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.4.
Euromilieu vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding is hoger dan de vergoeding waar Euromilieu op grond van het Besluit aanspraak op kan maken, uitgaande van de oorspronkelijke hoofdsom van € 5.240,02 waarvoor is aangemaand. Daarom zal een bedrag van € 637,00 worden toegewezen als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Wettelijke handelsrente
4.5.
[gedaagde] heeft geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke handelsrente. Aangezien aan de wettelijke vereisten is voldaan, wordt deze rente toegewezen [2] . Euromilieu heeft onweersproken gesteld dat de wettelijke handelsrente, berekend tot 6 maart 2024, € 313,66 bedraagt.
Toerekening betaling
4.6.
Ter zitting heeft Euromilieu toegelicht dat zij de van [gedaagde] ontvangen betalingen van in totaal € 4.100,00 op grond van de wet eerst in mindering laat strekken op de buitengerechtelijke incassokosten en verschenen rente [3] .
Toewijsbaar bedrag
4.7.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
5.240,02
- buitengerechtelijke incassokosten
637,00
- wettelijke handelsrente tot 6 maart 2024
313,66
+
totaal
6.190,68
- betalingen
4.100,00
-/-
Totaal
2.090,68
Proceskosten
4.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Euromilieu heeft verzocht om een veroordeling van [gedaagde] in de werkelijk gemaakte proceskosten. Een vordering tot volledige vergoeding van de proceskosten is alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering of het voeren van het verweer, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als de vordering of het verweer is gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan die partij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516, r.o. 4.5). Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, r.o. 5.1). Niet is gebleken dat in deze zaak sprake is van misbruik van procesrecht. De proceskosten zullen daarom worden toegewezen tot het geldende liquidatietarief. De proceskosten van Euromilieu worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
116,39
- griffierecht
372,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
998,39

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Euromilieu te betalen een bedrag van € 2.090,68, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van 6 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 998,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.

Voetnoten

1.Artikel 6:136 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 6:119a BW.
3.Artikel 6:44 lid 1 BW Pro.