ECLI:NL:RBZWB:2025:2162
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen WOZ-waardebepaling woning 2023 en 2024
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebepalingen van zijn woning voor de jaren 2023 en 2024. Voor 2023 was de waarde aanvankelijk vastgesteld op €384.000, na bezwaar verlaagd tot €366.000. Voor 2024 werd de waarde vastgesteld op €376.000, waartegen bezwaar ongegrond bleef.
De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarden te hoog waren vastgesteld. De waardebepaling is gebaseerd op de vergelijkingsmethode met referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en oppervlakte voldoende vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar heeft inzichtelijk gemaakt hoe rekening is gehouden met verschillen tussen de woningen.
Belanghebbende voerde aan dat de waardestijging van 40% ten opzichte van het voorgaande jaar onredelijk was en dat zonnepanelen en een laadpaal ten onrechte in de waardering waren meegenomen. De rechtbank oordeelde dat de WOZ-waarde jaarlijks wordt vastgesteld op basis van de marktontwikkelingen en dat de zonnepanelen en laadpaal niet afzonderlijk zijn gewaardeerd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, wees teruggaaf van griffierecht en vergoeding van proceskosten af en bevestigde de WOZ-waarden zoals vastgesteld door de heffingsambtenaar.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waardebepalingen voor 2023 en 2024 worden ongegrond verklaard en de vastgestelde waarden bevestigd.