Belanghebbende, eigenaar van drie gemeubileerde vakantiewoningen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 2018-2021, inclusief belastingrente en een verzuimboete. De inspecteur stelde vast dat belanghebbende de kleineondernemersregeling onjuist toepaste en het hoge in plaats van het lage tarief gebruikte.
Belanghebbende voerde aan dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had in de inspecteur omdat de aangiften zestien kwartalen ongewijzigd waren gevolgd en betwistte de boete op grond van de menselijke maat en vermeende juiste aangiften. De rechtbank oordeelde dat het vertrouwen niet gerechtvaardigd was omdat de inspecteur de aangiften geautomatiseerd had gevolgd zonder bijkomstige omstandigheden die een standpuntbepaling rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat de naheffingsaanslag correct was berekend en dat belanghebbende geen afwezigheid van alle schuld of pleitbaar standpunt aannemelijk had gemaakt. De boete van € 790 werd passend geacht. Ook de belastingrente was volgens de wettelijke bepalingen juist berekend. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht bleef voor rekening van belanghebbende.