ECLI:NL:RBZWB:2025:1849
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek prepensioenbetaling ex-echtgenote voor buitenlands belastingplichtige
Belanghebbende, woonachtig op Curaçao, betwist de aanslag inkomstenbelasting (IB) 2022 en de daarbij behorende belastingrente. Hij heeft in 2022 bedragen betaald aan zijn ex-echtgenote, die volgens een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie recht heeft op 50% van het prepensioen dat hij tussen 2012 en 2015 ontving en waarover toen belasting is geheven in Nederland.
Belanghebbende stelt dat deze betalingen in aftrek moeten worden gebracht op zijn inkomen in 2022, op grond van het matchingbeginsel. De rechtbank oordeelt echter dat de aanslagen over 2012-2015 definitief zijn en dat het Nederlandse belastingstelsel geen matchingbeginsel kent voor dergelijke inkomsten. Bovendien is belanghebbende in 2022 buitenlands belastingplichtige zonder kwalificerende status, waardoor hij geen recht heeft op aftrekposten.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de aanslag en belastingrente in stand blijven. Zij benadrukt dat zij gebonden is aan de wet en geen ruimte heeft om billijkheidstoetsen toe te passen. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2022 blijft onverminderd van kracht.