ECLI:NL:RBZWB:2025:168
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikkingen wegens schending hoorrecht en ontbreken grove schuld
Belanghebbende, een verzekeringsbedrijf, kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting en vergrijpboeten opgelegd vanwege het niet voldoen van omzetbelasting over doorbelaste personeelskosten aan een gelieerde vennootschap. De inspecteur stelde dat sprake was van grove schuld, wat een vergrijpboete rechtvaardigt. De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht is geschonden, waardoor de uitspraken op bezwaar vernietigd moeten worden.
De rechtbank beoordeelt vervolgens of de vergrijpboeten terecht zijn opgelegd. Hoewel belanghebbende slordig is geweest door de omzetbelasting op selfbilling creditnota’s niet te voldoen, acht de rechtbank dit geen in laakbaarheid aan opzet grenzende onachtzaamheid. Hierdoor ontbreekt de vereiste grove schuld voor het opleggen van vergrijpboeten.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de boetebeschikkingen en de uitspraken op bezwaar, maar handhaaft de naheffingsaanslagen en belastingrente. Tevens veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: De boetebeschikkingen worden vernietigd wegens schending van het hoorrecht en het ontbreken van grove schuld, met toekenning van proceskostenvergoeding aan belanghebbende.