Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
[B.V.] h.o.d.n. [vertegenwoordiger]optreedt als diens Nederlands correspondent/vertegenwoordiger,
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De feiten
V: In welke mate was u bekend met/ gewend aan dit soort voertuig met deze afmetingen?
4.Het verzoek van [verzoeker]
5.Het verweer van [verweerder]
6.De beoordeling
Verdeling van causaliteit: (eigen) schuld
Billijkheidscorrectie
hield wat over en schonk zijn kinderen wat’. Ook verrichtte [vader van verzoeker] . werkzaamheden aan de woning van [verzoeker] en was het werk nog niet afgerond op het moment van overlijden. Dergelijke incidentele of regelmatige hulp van een vader aan zijn zoon zoals kort besproken op de zitting lijkt nog geen situatie te betreffen van het bijdragen aan het levensonderhoud zoals bedoeld in artikel 6:108 lid 1 BW Pro en vormt onvoldoende reden om een billijkheidscorrectie toe te passen.
€ 2.863,77. [verweerder] heeft aangevoerd dat er geen grond bestaat om meer dan 50% van de schade van [verzoeker] te vergoeden. Dit verweer ziet ook op de buitengerechtelijke kosten als onderdeel van de schade en treft doel. [verweerder] heeft geen ander verweer gevoerd tegen toewijzing van het verzoek, zodat rechtbank een bedrag van (50% van € 2.863,77)
€ 1.431,89 zal toewijzen.