Uitspraak
2.De feiten
- [minderjarige 1] , roepnaam [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2008 te [geboorteplaats];
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn gehuwd sinds 1997 en hebben twee minderjarige kinderen. Op 26 april 2024 is een verzoekschrift tot scheiding van tafel en bed ingediend, waarop partijen later overeenstemming bereikten over de nevenvoorzieningen en de verdeling van de gemeenschap van goederen.
De vrouw verzocht om scheiding van tafel en bed, de man om echtscheiding. De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, waardoor beide verzoeken gegrond zijn. De rechtbank wijst de verzoeken toe, ook al is er verzet van partijen tegen elkaars verzoek.
De rechtbank neemt het ouderschapsplan en het echtscheidingsconvenant, waarin de onderlinge regelingen zijn vastgelegd, op in de beschikking. De uitspraak is gedaan op 11 maart 2025 door rechter Van Noort. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank spreekt zowel de scheiding van tafel en bed als de echtscheiding uit en neemt het echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan op in de beschikking.