ECLI:NL:RBZWB:2025:1264
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2020 en vertrouwensbeginsel afgewezen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020, waarbij de inspecteur het belastbaar inkomen had vastgesteld op €10.933, hoger dan de door belanghebbende opgegeven €7.173. De inspecteur hield rekening met loon van drie werkgevers, waaronder een ontslagvergoeding van een derde werkgever. Na bezwaar verlaagde de inspecteur het inkomen en de belastingrente deels.
Belanghebbende voerde aan dat hij vertrouwde op de vooraf ingevulde aangifte en niet begreep waarom de aanslag hoger was. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende zelf verantwoordelijk was voor de juistheid van de aangifte en dat hij de loongegevens van de derde werkgever bewust had verwijderd. Er was geen sprake van een schending van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag en belastingrente. Belanghebbende kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. den Braber-Riemens op 5 maart 2025 te Breda.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2020 wordt ongegrond verklaard en de aanslag en belastingrente worden gehandhaafd.