Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie wegens een verkeersboete. De officier van justitie had het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding vastgesteld van €156,- op basis van een verminderingsfactor van 0,25.
De gemachtigde van betrokkene betwistte deze verminderingsfactor en voerde aan dat de procespuntwaarde niet was gewijzigd, en dat de toegepaste vermindering in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod. Ter zitting verwees de gemachtigde naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en verzocht om toepassing van artikel 13a Wahv buiten toepassing te laten.
De kantonrechter overwoog dat het hof in het genoemde arrest niet kon beoordelen of het onderscheid in proceskostenvergoeding in strijd is met het discriminatieverbod en besloot daarom artikel 13a, tweede lid, Wahv buiten toepassing te laten. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en kende een hogere proceskostenvergoeding toe van €905,50, gebaseerd op een gedetailleerde puntentoekenning voor verschillende onderdelen van de procedure.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S. Speekenbrink op 17 januari 2025 in Tilburg.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt verhoogd tot €905,50.