Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het stilstaan op het fietspad aan de Sint Josephstraat te Breda op 9 november 2022. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat er sprake was van een gedoogbeleid vanwege parkeerdruk en dat gelijke gevallen niet consequent werden beboet. De officier van justitie handhaafde de boete.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging wettig en overtuigend vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant en dat betrokkene onvoldoende concrete feiten aanvoerde om hieraan te twijfelen. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim twee weken was overschreden.
Daarom werd de boete gematigd met 25%. Tevens werd het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald en een proceskostenvergoeding van €437,50 toegekend. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.