Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
€ 1.343,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren op een verboden plek in Middelburg. Tegen de boete werd beroep ingesteld, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter nadat het eerste beroep ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil was of de parkeerverbodsbebording op de pleegdatum aanwezig was. De officier van justitie kon dit niet vaststellen vanwege een herinrichting van het centrum twee jaar eerder. Hierdoor kon niet worden bewezen dat betrokkene de overtreding had begaan.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet was komen vast te staan en vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie. Tevens werd het betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald en een proceskostenvergoeding toegekend, waarbij rekening werd gehouden met samenhangende zaken en standaardpunten uit het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter A.B. Scheltema Beduin op 14 november 2024. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd met toekenning van proceskostenvergoeding.