ECLI:NL:RBZWB:2024:8875
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak, welke door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €165.000. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij de rechtbank.
Tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over een aangepaste WOZ-waarde van €155.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en paste de WOZ-waarde aan. Tevens werd de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.
Belanghebbende vorderde daarnaast een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateerde een overschrijding van ongeveer 34 maanden en baseerde de schadevergoeding op jurisprudentie van de Hoge Raad. De totale vergoeding werd vastgesteld op €3.000, waarvan een deel werd toegerekend aan de heffingsambtenaar en het overige deel aan de Staat.
De rechtbank wees ook een vergoeding toe voor proceskosten en griffierecht, waarbij rekening werd gehouden met bijzondere omstandigheden omtrent de aard van de rechtsbijstand. Alle vergoedingen worden rechtstreeks aan belanghebbende uitgekeerd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de WOZ-waarde verminderd naar €155.000 en een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.