ECLI:NL:RBZWB:2024:8818
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en bevestiging waardevaststelling
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebeschikking van haar woning, vastgesteld op €118.000 per 1 januari 2022, en tegen de daaraan gekoppelde aanslag onroerendezaakbelasting 2023. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep heeft behandeld.
De rechtbank beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld en of de uitspraak op bezwaar voldoende is gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, waaronder correcties voor onderhoudsstaat en ligging. De gebruikte referentiewoningen zijn vergelijkbaar en recent verkocht.
Belanghebbende stelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende gegevens verstrekte en ten onrechte geen inpandige opname heeft gedaan. De rechtbank stelt dat er geen verplichting tot inpandige opname bestaat en dat de heffingsambtenaar voldoende gegevens gebruikte. Ook is de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende. De procentuele waardestijging ten opzichte van de vorige peildatum is niet relevant.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde van de woning. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 20 december 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €118.000 blijft gehandhaafd.