ECLI:NL:RBZWB:2024:8289
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen dwangsombeschikking
Belanghebbende verzocht de inspecteur om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2018. Omdat de inspecteur niet tijdig besliste, stelde belanghebbende hem in gebreke en verzocht hij om een dwangsombeschikking.
De inspecteur besloot uiteindelijk op het verzoek om vermindering, maar nam geen dwangsombeschikking. Belanghebbende stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van die dwangsombeschikking.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen ingebrekestelling heeft gedaan, een vereiste stap voordat beroep kan worden ingesteld tegen niet tijdig beslissen. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk beoordelen.
De inspecteur moet nog wel een beslissing nemen over het verzoek om dwangsom, waarbij de maximale dwangsom en wettelijke rente in aanmerking moeten worden genomen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat belanghebbende binnen zes weken verzet kan instellen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling.