ECLI:NL:RBZWB:2024:8222
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op bezwaar WOZ-beschikking leidt tot dwangsom en proceskostenvergoeding
De heffingsambtenaar heeft niet binnen de wettelijke termijn beslist op het bezwaar van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking betreffende een pand per waardepeildatum 1 januari 2022. Belanghebbende stelde de heffingsambtenaar op 4 april 2024 in gebreke en kon daaropvolgend beroep instellen wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat de heffingsambtenaar geen verweerschrift heeft ingediend. De rechtbank bepaalt dat de heffingsambtenaar binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen op het bezwaar en legt een dwangsom van € 50 per dag op met een maximum van € 7.500.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verschuldigde dwangsom van € 1.442 vast, gebaseerd op de wettelijke regeling over de hoogte van de dwangsom. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van € 109,38 aan proceskosten en het griffierecht van € 51 aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat het beroep kennelijk gegrond is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdig beslissen, met oplegging van dwangsom en vergoeding van proceskosten en griffierecht.