ECLI:NL:RBZWB:2024:8193

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 november 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
BRE 23/2310
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskosten en schadevergoeding na intrekking beroep gemeentelijke heffingen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de invorderingsambtenaar inzake aanmaningskosten gemeentelijke heffingen 2022. Dit beroep is ingetrokken nadat de invorderingsambtenaar de aanslag inclusief invorderingskosten oninbaar heeft verklaard.

Verzoekster verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten en immateriële schade wegens stress en tijdsinvestering. De rechtbank beoordeelde dit verzoek aan de hand van de geldende juridische criteria en concludeerde dat geen sprake was van een tegemoetkoming aan het beroep, aangezien de aanmaningskosten terecht waren opgelegd en het oninbaar verklaren geen intrekking van het besluit inhoudt.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er geen onrechtmatig besluit was en dat de redelijke behandeltermijn niet was overschreden. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding als kennelijk ongegrond afgewezen.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2310

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

en
de invorderingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Roosendaal).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de invorderingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en/of schade. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen de uitspraak op bezwaar van de invorderingsambtenaar van 31 maart 2023. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de invorderingsambtenaar op 22 oktober 2024 heeft meegedeeld dat de aanslag gemeentelijke heffingen 2022 inclusief de invorderingskosten oninbaar zijn verklaard.
1.1.
De rechtbank heeft de invorderingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van proceskosten en/of schade. De invorderingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld geen aanleiding te zien voor een proceskostenvergoeding en/of een schadevergoeding.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling en schadevergoeding. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank stelt het volgende voorop. Het staat volstrekt buiten kijf dat verzoekster enorm veel stress en spanning ervaart door verschillende situaties in haar leven die in sommige gevallen al jaren spelen. Verzoekster heeft dat indringend duidelijk gemaakt tijdens de mondelinge behandeling van het – nu ingetrokken – beroep. De rechtbank heeft gezien en gehoord wat dit met verzoekster doet.
2.1.
Echter, de rechtbank dient het verzoek tot proceskostenvergoeding en/of schadevergoeding te beoordelen aan de hand van de juridische uitgangspunten die op dergelijke verzoeken van toepassing zijn. Oordelend naar deze uitgangspunten, heeft de rechtbank geen andere optie dan het verzoek om proceskostenveroordeling en/of schadevergoeding af te wijzen. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wat verzoekt verzoekster?
3. Verzoekster verzoekt een financiële tegemoetkoming van € 2.100 ter compensatie van de ondervonden stress en tijdsinvestering. De tijdsinvestering ziet volgens verzoekster op communicatie, voorbereiding, volgen van procedures, verzamelen van documenten, zoeken naar een advocaat en schrijven van bezwaarschriften, en is geschat op 170 uur over de periode van 2022 tot en met 2024. Daarnaast heeft de onzekerheid en omvang van de zaak volgens verzoekster geleid tot stress en ongemak, wat een nadelige invloed had op haar dagelijks functioneren.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
4. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de invorderingsambtenaar aan verzoekster tegemoetgekomen?
4.1.
Op 4 april 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waarin het bezwaar van verzoekster tegen de opgelegde aanmaningskosten ongegrond is verklaard. De invorderingsambtenaar heeft op 22 oktober 2024 de aanslag gemeentelijke heffingen 2022 inclusief de invorderingskosten oninbaar verklaard.
4.2.
Van tegemoetkomen aan het beroep is in een geval als dit sprake als de invorderingsambtenaar het besluit tot oplegging van de aanmaningskosten intrekt of als de rechtbank vaststelt dat de aanmaningskosten ten onrechte zijn opgelegd en moeten worden vernietigd. Dit is niet het geval. De aanmaningskosten waren terecht opgelegd. Het oninbaar verklaren betekent dat verzoekster de aanslag en de aanmaningskosten niet meer hoeft te betalen. Daarmee is echter geen sprake van een tegemoetkoming aan het beroep van verzoekster. De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten daarom als kennelijk ongegrond af.
Heeft verzoekster recht op schadevergoeding?
4.3.
In artikel 8:88 van Pro de Awb is bepaald dat de bestuursrechter, in het geval sprake is van een onrechtmatig besluit van een bestuursorgaan, bevoegd is te beslissen op het verzoek om een schadevergoeding.
4.4.
De rechtbank heeft hiervoor al benoemd dat de aanmaningskosten terecht waren opgelegd. Van een onrechtmatig besluit is dan geen sprake. Daaruit volgt dat de rechtbank niet bevoegd is te beslissen op een verzoek om schadevergoeding.
4.5.
Voor zover verzoekster een beroep doet op vergoeding van immateriële schade als gevolg van de lange duur van de procedure, geldt het volgende. De redelijke behandeltermijn voor de bezwaar- en beroepsfase in eerste aanleg bedraagt een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. De invorderingsambtenaar heeft het bezwaarschrift van verzoekster ontvangen op 28 maart 2023. De rechtbank doet uitspraak op 29 november 2024. De redelijke termijn is dus niet overschreden. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom eveneens als kennelijk ongegrond afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024.
De rechter is niet in de gelegenheid om deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).