Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De procesafspraken
- zal rekwireren tot een bewezenverklaring van de aan verdachte tenlastegelegde feiten, te weten deelname aan een criminele organisatie gericht op Opiumwetfeiten (feit 1), het medeplegen van de productie van harddrugs en het treffen van voorbereidingshandelingen daarvoor (feit 2) en het voorhanden hebben van munitie (feit 3);
- zal rekwireren tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de periode dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een geldboete ter hoogte van € 31.750,- bij niet betalen te vervangen door 193 dagen vervangende hechtenis;
- zal geen ontnemingsvordering indienen;
- zal opheffing van het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis vorderen.
- erkent geen schuld en legt geen bekennende verklaring af;
- doet schriftelijk afstand van de in beslag genomen goederen;
- zal gedurende het proces in eerste aanleg (in beginsel) geen aanhoudingsverzoeken indienen;
- zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken;
- aanvaardt c.q. accepteert geen aansprakelijkheid voor vermeende schade voortvloeiend uit de feiten.
5.De beoordeling van het bewijs
6.De strafbaarheid
7.De strafoplegging
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden;
betaling van een geldboete van € 31.750,-;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
193 dagen;