ECLI:NL:RBZWB:2024:8035
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde vaststelling recreatiewoning gemeente Veere
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn recreatiewoning, gelegen in gemeente Veere, met een waardepeildatum van 1 januari 2022. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €300.000 en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft de zaak op 25 oktober 2024 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld. De waardering is gebaseerd op de vergelijkingsmethode, waarbij de woning is vergeleken met referentiewoningen op hetzelfde park. Hoewel belanghebbende aanvoerde dat de woning niet gerenoveerd is en sprake is van achterstallig onderhoud, wateroverlast en verschillen in bijgebouwen, heeft de heffingsambtenaar deze factoren volgens de rechtbank voldoende in de waardering verwerkt.
De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de verkoopdata, ook al liggen sommige net buiten de gebruikelijke termijn van één jaar rond de waardepeildatum, door indexering passend zijn meegenomen. De stelling van wateroverlast met waardevermindering is onvoldoende onderbouwd. Ook het argument over de stijging van 54% ten opzichte van het voorgaande jaar is niet relevant, aangezien de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele gegevens.
Daarom is de WOZ-waarde van €300.000 niet te hoog vastgesteld en wordt het beroep ongegrond verklaard. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €300.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.