Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
), de invorderingsambtenaar.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een waardebeschikking en aanslagen gemeentelijke heffingen 2023, zonder uitstel van betaling te verzoeken. Na niet-betaling volgden aanmaningskosten en betekeningskosten van een dwangbevel. Belanghebbende betwistte de kosten omdat het bezwaar nog in behandeling was.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen de aanmaningskosten niet tijdig was ingediend en dat de invorderingsambtenaar terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hoewel de invorderingsambtenaar niet eerst om een reactie vroeg op de termijnoverschrijding, leidt dit niet tot een ander oordeel omdat belanghebbende geen verschoonbare reden aanvoerde.
Verder is vastgesteld dat bezwaar of beroep de betalingsverplichting niet opschort. Belanghebbende was dus gehouden tijdig te betalen. De kosten zijn berekend conform de Invorderingswet en de Kostenwet en zijn terecht in rekening gebracht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik op 25 november 2024.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen aanmanings- en betekeningskosten wordt ongegrond verklaard.