Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad aan de Langestraat te Tilburg op 5 juli 2021. Hij voerde aan dat hij niet op de hoogte was van het verbod, mede door ontbrekende bebording en paaltjes die naar beneden stonden, en dat hij een koelkast moest lossen bij zijn zoon. De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat de bebording correct was en dat betrokkene een ontheffing had kunnen aanvragen.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat betrokkene geacht wordt goed op te letten in het verkeer. Wel werd erkend dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak met ruim een jaar was overschreden, wat een matiging van de boete rechtvaardigt.
Daarnaast werd meegewogen dat betrokkene aan het laden en lossen was en dat de bebording mogelijk niet duidelijk was door de situatie ter plaatse. De boete werd daarom gematigd tot € 50,- plus administratiekosten. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete voor rijden op het voetpad wordt gematigd tot € 50,- wegens overschrijding van de redelijke termijn en bijzondere omstandigheden.