Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten van de vereiste verzekering voor een bromfiets, geconstateerd op 11 juli 2022. Betrokkene stelde dat hij het voertuig had verkocht en dat het voertuig in de garage stond omdat hij zijn rijbewijs had verloren. De overschrijving van het voertuig vond plaats op 8 augustus 2022, waardoor de verzekering slechts in een korte periode ontbrak.
De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor het verzekeren of schorsen van het voertuig. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding had plaatsgevonden en dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormde. Er was geen reden om aan deze verklaring te twijfelen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met ruim een maand was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden vergoed.