ECLI:NL:RBZWB:2024:7904
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en schending artikel 40 Wet WOZ
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en stelde dat artikel 40 van Pro de Wet WOZ was geschonden omdat de grondstaffel, indexeringspercentages en correctiepercentages niet waren verstrekt. De heffingsambtenaar had de waarde van de woning vastgesteld op €624.000 en het bezwaar ongegrond verklaard.
Tijdens de zitting gaf de gemachtigde van belanghebbende aan dat de inhoudelijke gronden niet meer in geschil waren en dat het geschil zich beperkte tot de vraag of artikel 40 Wet Pro WOZ was geschonden. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar niet verplicht was om de indexeringspercentages en onderbouwingen daarvan te verstrekken, conform jurisprudentie van het Hof Arnhem-Leeuwarden.
De rechtbank oordeelde dat met het waarderapport en de beschikbare informatie belanghebbende voldoende gelegenheid had om de WOZ-waarde te controleren. Er was daarom geen sprake van een schending van artikel 40 Wet Pro WOZ. Het beroep werd ongegrond verklaard, de WOZ-waarde en aanslag OZB bleven gehandhaafd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.