Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg meerdere boetes opgelegd voor het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen in Breda op 10 december 2022. Volgens het beleidskader digitale handhaving moet de eerste boete zijn ontvangen voordat volgende boetes kunnen worden opgelegd, zodat betrokkene zijn gedrag kan aanpassen. Betrokkene ontving echter binnen twee dagen drie boetes, zonder dat vaststaat dat hij eerst een waarschuwing heeft gekregen.
De officier van justitie stelde dat de eerste boete in stand moest blijven en de latere vernietigd, maar betrokkene betaalde juist de laatst opgelegde boete en stelde alleen tegen die boete geen beroep in. De kantonrechter oordeelde dat het beroep tegen de tweede boete gegrond is omdat de gedraging niet voldoende vaststaat en het beleidskader niet is gevolgd.
De beschikking en de beslissing van de officier van justitie worden vernietigd, het betaalde bedrag wordt terugbetaald en de officier wordt veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding. De proceskostenvergoeding wordt verdeeld over de twee samenhangende zaken.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd met terugbetaling van het betaalde bedrag en een proceskostenvergoeding.