ECLI:NL:RBZWB:2024:7843
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te laat ingediend bezwaarschrift vennootschapsbelasting
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 1 april 2017 tot en met 31 maart 2018. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding te wijten was aan gezondheidsproblemen van de administrateur, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen verontschuldiging vormt.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaartermijn van zes weken was verstreken, aangezien de aanslag was gedateerd op 20 juni 2020 en het bezwaar pas op 7 december 2023 werd ingediend. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad geldt dat een te laat ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard, tenzij sprake is van een verontschuldigbare termijnoverschrijding.
De rechtbank overwoog dat het aan belanghebbende was om tijdig maatregelen te treffen bij langdurige afwezigheid van de administrateur, zoals het inschakelen van rechtskundige bijstand of vervanging. Het feit dat dit niet is gebeurd, komt voor rekening en risico van belanghebbende. Ook een klacht over het ontbreken van een hoorzitting over de verschoonbaarheid van de termijn overschrijding leidde niet tot een ander oordeel.
Daarom bleef het bestreden besluit in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en dit niet verontschuldigbaar is.