Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] .
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Waarde op 11 oktober 2022. Betrokkene stelde dat er sprake was van twee boetes voor één overtreding, wat strijdig zou zijn met het ne bis in idem-beginsel, en voerde aan dat de verbalisant onvoldoende bewijs had geleverd dat het om een mobiel apparaat ging.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, stellende dat er sprake was van twee afzonderlijke gedragingen op verschillende tijdstippen en locaties. De kantonrechter oordeelde echter dat niet vaststond dat betrokkene tussen de boetes zijn telefoon had neergelegd, waardoor het ne bis in idem-beginsel van toepassing is en de boete ten onrechte is opgelegd.
De bestreden beslissing en boete werden vernietigd, het betaalde bedrag werd terugbetaald en betrokkene kreeg een proceskostenvergoeding van €1.343 toegewezen. Er werd tevens geoordeeld dat de redelijke termijn niet was overschreden en dat geen hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs en toepassing van het ne bis in idem-beginsel.