ECLI:NL:RBZWB:2024:7514
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering ambtshalve vermindering aftrekbare specifieke zorgkosten 2018
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2018 vanwege de aftrekbare specifieke zorgkosten. De inspecteur had het bedrag van de aftrek verlaagd ten opzichte van de aangifte, waarna belanghebbende bezwaar maakte. Na meerdere procedures en een verzoek om ambtshalve vermindering dat werd afgewezen, is het beroep bij de rechtbank behandeld.
De rechtbank overwoog dat de inspecteur bevoegd is om bewijsstukken op te vragen en dat elk belastingjaar op zichzelf staat. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijsstukken overgelegd om een hoger bedrag aan aftrekbare specifieke zorgkosten aannemelijk te maken. De bewijslast rust op belanghebbende.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de aanslag ongewijzigd. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van het griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik op 1 november 2024.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2018 wordt ongegrond verklaard.