ECLI:NL:RBZWB:2024:7499
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Invordering verbeurde dwangsom wegens illegale prostitutie in woning
Eiser is eigenaar van een woning die sinds juli 2021 via Airbnb wordt verhuurd. In december 2021 constateerden toezichthouders en politie dat de woning werd gebruikt voor illegale prostitutieactiviteiten zonder vergunning, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Het college legde op 13 januari 2022 een last onder dwangsom op van € 5.000 per overtreding per dag, met een maximum van € 15.000.
Ondanks het besluit en de waarschuwingen werd op 25 november 2023 opnieuw illegale prostitutie vastgesteld. Het college besloot daarop de verbeurde dwangsom van € 5.000 in te vorderen. Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat hij maatregelen had getroffen om herhaling te voorkomen en dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet wist of kon weten dat de woning voor illegale prostitutie werd gebruikt. De getroffen maatregelen waren onvoldoende en op de controledatum niet nageleefd. Het college mocht eiser als overtreder aanmerken en de dwangsom invorderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank benadrukt dat het laten gebruiken van een woning in strijd met het bestemmingsplan ook onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar valt, ook als hij zelf niet de overtreding pleegt. Het inschakelen van een host verandert deze verantwoordelijkheid niet. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de invordering van de verbeurde dwangsom van € 5.000 wegens illegale prostitutie in de woning.