ECLI:NL:RBZWB:2024:743
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ontnemingsprocedure na betaling schikking wederrechtelijk verkregen voordeel
Betrokkene is op 31 maart 2021 veroordeeld voor vier Opiumwet-feiten. De officier van justitie vorderde op 17 februari 2023 de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op € 20.000. Op 18 juli 2023 bood de officier van justitie een schikking aan ex artikel 511c Sv, waarbij betrokkene afstand deed van het banksaldo en een bedrag van € 13.679,34 betaalde.
De rechtbank constateert dat aan alle voorwaarden voor beëindiging van de ontnemingsprocedure is voldaan: betrokkene is onherroepelijk veroordeeld, er is een aanhangige ontnemingsvordering, een schikkingsovereenkomst is gesloten en betrokkene heeft aan de voorwaarden voldaan door betaling.
De rechtbank volgt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en verstaat dat de ontnemingszaak van rechtswege is geëindigd. Betrokkene en zijn raadsman waren niet aanwezig bij de zitting van 24 januari 2024, waar de officier van justitie werd gehoord. Het vonnis is uitgesproken op 7 februari 2024.
Uitkomst: De ontnemingsprocedure is van rechtswege geëindigd na volledige betaling van het schikkingsbedrag.