ECLI:NL:RBZWB:2024:7270
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens vernietiging aanslag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een aanslag die door de heffingsambtenaar op 23 mei 2023 was opgelegd. Dit beroep is ingetrokken nadat de heffingsambtenaar op 17 september 2024 heeft meegedeeld de aanslag ambtshalve te vernietigen. Belanghebbende verzocht vervolgens om een proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren. Deze stelde dat er geen sprake was van aan hem te wijten onrechtmatigheid en dat een vergoeding niet gerechtvaardigd was, of subsidiair slechts een lage wegingsfactor van 0,25 passend zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende is tegemoetgekomen door de aanslag te vernietigen, waardoor het beroep is komen te vervallen. Hoewel geen onrechtmatigheid is vastgesteld, is op grond van de ingebrachte stukken en de vernietiging van de aanslag een proceskostenvergoeding met wegingsfactor 1 passend. De vergoeding bedraagt € 875 en moet rechtstreeks aan belanghebbende worden betaald. Daarnaast moet de heffingsambtenaar het reeds betaalde griffierecht van € 50 vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 875 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van € 50 aan belanghebbende.