ECLI:NL:RBZWB:2024:7249
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor agrarische bouwwerken wegens onvoldoende natuurvergunning
Verzoekster, een milieuvereniging, heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunningen die het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen heeft verleend aan een vergunninghouder voor het bouwen van een silo, een loods en een teeltondersteunende kas op een agrarische locatie. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en besloten deze toe te wijzen.
De kern van het geschil betreft de vraag of voor het project een natuurvergunning vereist is vanwege mogelijke significante gevolgen voor een nabijgelegen Natura 2000-gebied. Verzoekster stelt dat de stikstofdepositie van de locatie aan een tweede adres betrokken had moeten worden bij de Aerius-berekening, omdat het om één bedrijf gaat. Het college heeft dit betwist en aangenomen dat sprake is van twee afzonderlijke bedrijven, waardoor de stikstofdepositie van het tweede adres niet in de berekening is meegenomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het project, inclusief de warmtevoorziening via een WKO-installatie op het tweede adres, als één project moet worden beschouwd en dat de stikstofdepositieberekeningen onvolledig zijn. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd dat significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Daarom worden de omgevingsvergunningen geschorst tot drie weken na de beslissing op bezwaar. Daarnaast is geoordeeld dat de overige aangevoerde bezwaren geen weigeringsgronden opleveren en dat het bestemmingsplan en Bouwbesluit worden nageleefd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de omgevingsvergunningen voor het bouwen van een silo, loods en teeltondersteunende kas wegens onvoldoende onderbouwing van stikstofdepositie en het ontbreken van een natuurvergunning.