ECLI:NL:RBZWB:2024:7236
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen parkeerbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Dit beroep is ingetrokken nadat de heffingsambtenaar het besluit had herzien. Belanghebbende verzocht vervolgens om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek. De heffingsambtenaar stemde in met het betalen van de proceskosten, het door belanghebbende betaalde griffierecht en de wettelijke rente daarover. De rechtbank besloot zonder zitting en wees het verzoek toe als kennelijk gegrond.
De proceskostenvergoeding werd berekend aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor bezwaar en beroep vaste bedragen per proceshandeling gelden. Met een wegingsfactor van 0,5 kwam de totale vergoeding op € 749,50. Daarnaast is de heffingsambtenaar verplicht het griffierecht van € 50,- te vergoeden. De rechtbank bepaalde dat wettelijke rente verschuldigd is indien betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 749,50 aan proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende, met wettelijke rente bij te late betaling.