De stichting Wonenbreburg vordert ontruiming van de woning die door [gedaagde] wordt gehuurd vanwege ernstige en voortdurende overlast. Sinds eind 2022 zijn er klachten over geluidsoverlast, agressief gedrag en het gooien van huisraad. Wonenbreburg heeft meerdere officiële waarschuwingen gegeven en een gedragsaanwijzing overeengekomen, maar de overlast bleef voortduren.
De kantonrechter stelt vast dat de overlast ernstig en structureel is, onderbouwd met klachten van omwonenden, politie- en burgemeester-rapportages en verklaringen van derden. [gedaagde] erkent overlast te hebben veroorzaakt, maar betwist de ernst en structureel karakter. Zijn verweer dat overlast mede door provocatie van omwonenden komt en zijn persoonlijke omstandigheden zijn onvoldoende om de vordering af te wijzen.
De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het belang van Wonenbreburg bij een veilige woon- en werkomgeving zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij behoud van de woning. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van 14 dagen na betekening om passende hulpverlening en alternatieve woonruimte te zoeken. De gevorderde gebruiksvergoeding wordt afgewezen omdat de huurovereenkomst nog loopt en er geen huurachterstand is. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.