ECLI:NL:RBZWB:2024:6909

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
10 oktober 2024
Zaaknummer
C/02/425265 / JE RK 24-1443
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen met uitvoerbaarverklaring bij voorraad

De Stichting Jeugdbescherming West Zeeland verzoekt de rechtbank om de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen te verlengen. De minderjarigen wonen bij de moeder, die samen met de vader het ouderlijk gezag heeft. De eerdere ondertoezichtstelling liep af op 19 oktober 2024.

De advocaat van de moeder en de GI stemmen in met een korte verlenging en verzetten de zittingsdatum vanwege verhindering. De vader stemt in met het verzetten van de zitting maar niet met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Vanwege het zittingsrooster en de afloopdatum van de maatregel is het niet mogelijk om het verzoek tijdig mondeling te behandelen.

De kinderrechter oordeelt dat voorlopig aan de wettelijke gronden voor verlenging is voldaan en verlengt de ondertoezichtstelling voor twee maanden, van 19 oktober tot 19 december 2024, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot een nieuwe mondelinge behandeling, waarbij alle belanghebbenden zich kunnen uitlaten. De beschikking is openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt voor twee maanden verlengd met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/425265 / JE RK 24-1443
Datum uitspraak: 11 oktober 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI.
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Plaisier te Hendrik-Ido-Ambacht.
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in zijn beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 juli 2024, ontvangen op 29 juli 2024;
  • het e-mailbericht van mr. Plaisier van 23 september 2024, ontvangen op 23 september 2024;
  • het e-mailbericht van mr. Plaisier van 1 oktober 2024, ontvangen op 1 oktober 2024;
  • het e-mailbericht van de GI van 2 oktober 2024, ontvangen op 2 oktober 2024;
  • het e-mailbericht van de vader van 9 oktober 2024, ontvangen op 9 oktober 2024.
2.
De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 19 oktober 2023 zijn de minderjarigen onder toezicht gesteld
van de GI met ingang van 19 oktober 2023 en tot 19 april 2024 onder aanhouding van het
resterende deel van het verzoek.
2.4.
Bij beschikking van 17 april 2024 is de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd met ingang van 19 april 2024 en tot 19 oktober 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De beoordeling

4.1.
Op 29 juli 2024 heeft de GI het verzoekschrift bij de rechtbank doen inkomen. De huidige ondertoezichtstelling loopt tot 19 oktober 2024.
4.2.
De mondelinge behandeling stond gepland op 17 oktober 2024, waarna mr. Plaisier op 23 september 2024 om een nieuwe zittingsdatum heeft verzocht nu zij is verhinderd. De kinderrechter heeft de partijen in de gelegenheid gesteld om op het verzoek van mr. Plaisier te reageren. Op 1 oktober 2024 heeft mr. Plaisier namens de moeder aangegeven dat zij instemt met een korte verlenging van de maatregel en de nieuwe zittingsdatum van [datum] 2024. Ook de GI heeft op 2 oktober 2024 laten weten dat zij instemmen met een korte verlenging van de maatregel en de nieuwe zittingsdatum. Op 9 oktober 2024 heeft de vader aangegeven dat hij akkoord is met het verzetten van de zitting, maar dat hij niet akkoord is met de verlenging van de ondertoezichtstelling.
4.3.
Gelet op het verzoek van mr. Plaisier en de reactie van de partijen daarop, het zittingsrooster en de afloopdatum van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , is het niet mogelijk gebleken om het verzoek tijdig voorafgaand aan de afloopdatum van de ondertoezichtstelling mondeling te behandelen en de belanghebbenden over het verzoek te horen. Vooralsnog lijkt aan de gronden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling te zijn voldaan (artikel 1:260 en Pro 1:255 BW). De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarom voor de duur twee maanden verlengen, te weten met ingang van 19 oktober 2024 en tot 19 december 2024, onder aanhouding van het restant. De mondelinge behandeling van het resterende deel van het verzoek betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden aangehouden tot de mondelinge behandeling op
[datum] 2024 om [uur], waarbij de belanghebbenden de gelegenheid krijgen om zich uit te laten over het resterende deel van het verzoek.
4.4.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
5.
De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 19 oktober 2024 en tot 19 december 2024;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt het resterende deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling aan tot de mondelinge behandeling van
[datum] 2024 om [uur]
welke behandeling wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie
Middelburg, Kousteensedijk 2, ten overstaan van mr. B.J. Duinhof, kinderrechter, voor de duur van 60 minuten;
5.4.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor (de advocaat van) de moeder, de vader en de GI;
5.5.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.