Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2024:6809

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 oktober 2024
Publicatiedatum
7 oktober 2024
Zaaknummer
24/4383 en 24/4384 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 5.1 WooAlgemene wet bestuursrechtWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake openbaarmaking Woo-informatie tuberculosegevallen

Stichting Animal Rights heeft op grond van de Wet open overheid (Woo) informatie opgevraagd over tuberculosegevallen bij bepaalde diersoorten in Nederland over de periodes 2019-2022 en 2023 tot heden. De minister heeft besloten deze informatie gedeeltelijk openbaar te maken, waarbij bepaalde gegevens zijn weggelakt.

De verzoekers, NN1 (een onderneming) en NN2 (een natuurlijke persoon), maakten bezwaar tegen deze openbaarmaking en vroegen om een voorlopige voorziening om de openbaarmaking van de geredigeerde documenten te voorkomen. De voorzieningenrechter stond toe dat zij anoniem mochten procederen.

Tijdens de mondelinge behandeling op 7 oktober 2024 verschenen de gemachtigden van de minister en Stichting Animal Rights, maar de gemachtigde van verzoekers verscheen niet. De voorzieningenrechter oordeelde dat NN2 onvoldoende had onderbouwd waarom de openbaarmaking van gegevens die naar hem/herleidbaar zijn, zou moeten worden tegengehouden. Voor NN1 werd vastgesteld dat de weggelakte gegevens niet herleidbaar zijn tot een specifieke onderneming en dat geen wettelijke grond bestaat om openbaarmaking te weigeren.

Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen openbaarmaking Woo-informatie worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 24/4383 en 24/4384 VV

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 oktober 2024 in de zaken tussen

NN1, verzoeker in 24/4383
NN2, verzoeker in 24/4384
tezamen: verzoekers
(gemachtigde F.Th.M. Peters )
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur [1] ,verweerder
(gemachtigde mr. C. Vooijs)

Als derde partij neemt aan de zaken deel: Stichting Animal Rights,

(gemachtigde mr. P.H. den Boer)

Inleiding

1. Stichting Animal Rights heeft bij de minister op grond van de Wet open overheid (Woo) informatie opgevraagd over gevallen van tuberculose en uitbraken van tuberculose bij specifiek genoemde diersoorten die in Nederland zijn verbleven of in Nederland zijn ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd, in de periode 2019 tot en met 2022 en de periode 2023 tot en met heden. De minister heeft op 22 mei 2024 besloten om de door Stichting Animal Rights gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar te maken, in die zin dat in de documenten is weggelakt.
2. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de verzoeken tot voorlopige voorziening ingediend om de openbaarmaking van de geredigeerde (gelakte) stukken tegen te houden.
3. Bij beslissing van 8 augustus 2024 [2] heeft de voorzieningenrechter verzoekers toegestaan om anoniem te procederen.
4. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 7 oktober 2024 op zitting besproken. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister en de gemachtigde van de Stichting Animal Rights, vergezeld van [naam 1], juridisch adviseur en [naam 2], directeur. De gemachtigde van verzoekers heeft vlak voor de zitting laten weten dat hij niet zal verschijnen.
5. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter meteen mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

6. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
7. Verzoeker NN2 is een natuurlijke persoon. NN2 kan in deze procedure alleen opkomen voor de eigen belangen en dus niet voor de belangen van de onderneming waarvoor NN2 werkt. De voorzieningenrechter stelt vast dat alle gegevens die te herleiden zijn naar NN2 in de openbaar te maken documenten door de minister zijn weggelakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. De gemachtigde heeft verder niet toegelicht waarom de overigens door hem genoemde informatie in het belang van NN2 weggelakt zou moeten worden uit de documenten. Het verzoek van NN2 om het besluit van de minister tot openbaarmaking van deze documenten te schorsen, wordt daarom afgewezen.
8. Verzoeker NN1 is een onderneming. De gemachtigde heeft niet toegelicht waarom de adresgegevens van vliegvelden, de doorvoerlanden en de gegevens van de WUR weggelakt zouden moeten worden. De minister heeft uitgelegd dat deze gegevens niet herleid kunnen worden naar een specifieke onderneming. De gemachtigde heeft deze uitleg niet weersproken. De voorzieningenrechter ziet niet op grond van welke weigeringsgrond van artikel 5.1 van de Woo openbaarmaking van deze gegevens geweigerd zou kunnen of moeten worden. De Woo biedt geen ruimte om openbaarmaking te weigeren op andere gronden dan die in de wet zijn genoemd. Het verzoek van NN1 om het besluit van de minister tot openbaarmaking van deze documenten te schorsen, wordt daarom afgewezen.
9. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.drs. R.J. Wesel, griffier, op 7 oktober 2024. Het proces-verbaal van deze mondelinge uitspraak wordt daarnaast geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.voorheen: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
2.gepubliceerd op rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:RBZWB:2024:6000