ECLI:NL:RBZWB:2024:6661
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbelastingheffing over volledige AOW-uitkeringen van in Zwitserland wonende belanghebbende
Belanghebbende, woonachtig in Zwitserland, maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting over haar AOW-uitkeringen in juni en juli 2023. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat Nederland op grond van het nationale recht en het belastingverdrag met Zwitserland het heffingsrecht heeft over deze uitkeringen, met een maximum van 15% bronbelasting op periodieke betalingen. Het verdrag en het wijzigingsprotocol verduidelijken dat het heffingsrecht ook geldt voor het gehele AOW-bedrag, inclusief het deel dat is opgebouwd zonder fiscale faciliering.
De rechtbank verwees naar de rechtsoverwegingen in een soortgelijke zaak van de echtgenoot van belanghebbende en concludeerde dat de loonbelasting terecht is ingehouden over het volledige bedrag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende de ingehouden belasting, het griffierecht en proceskosten niet terugkrijgt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat loonbelasting terecht is ingehouden over het volledige bedrag van de AOW-uitkeringen.