Belanghebbende heeft over de jaren 2015 tot en met augustus 2018 omzetbelasting in Nederland voldaan over afstandsverkopen aan Belgische afnemers, terwijl de omzetdrempel voor belastingheffing in België was overschreden. De Belgische Belastingdienst legde naheffingsaanslagen op die belanghebbende betaalde. Vervolgens heeft belanghebbende de ten onrechte in Nederland betaalde omzetbelasting teruggevraagd en ontvangen.
De ontvanger van de Belastingdienst weigerde aanvankelijk vergoeding van invorderingsrente over deze bedragen toe te kennen, met verwijzing naar het niet tijdig indienen van het verzoek en jurisprudentie. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de omzetbelasting over de periode in kwestie in strijd met het Unierecht is geheven, omdat de omzetdrempel in België was overschreden en de belasting daarom in België verschuldigd was. Hierdoor heeft belanghebbende recht op vergoeding van invorderingsrente van €188.832,75. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar, stelt de rentevergoeding vast en veroordeelt de ontvanger tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.