ECLI:NL:RBZWB:2024:5878

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 juli 2024
Publicatiedatum
23 augustus 2024
Zaaknummer
10390223 _ MB VERZ 23-364
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVVWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvoldoende bewijs vasthouden mobiel apparaat

Betrokkene werd een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Gilze op 2 februari 2022. Betrokkene ontkende de gedraging en voerde aan dat er geen bewijs was dat hij een mobiel apparaat vasthield. Ook stelde hij dat de verbalisant onvoldoende had gecontroleerd en dat de ramen van het voertuig geblindeerd waren, waardoor observatie moeilijk was.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De zaak werd aangehouden om een aanvullend proces-verbaal te overleggen, maar dit werd niet tijdig ingediend. De kantonrechter weigerde het late proces-verbaal toe te voegen aan het dossier.

Gelet op de aangevoerde feiten en het ontbreken van voldoende bewijs achtte de kantonrechter de gedraging niet vastgesteld en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. De bestreden beslissing werd vernietigd en het betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10390223 \ MB VERZ 23-364
CJIB-nummer : 8062 5422 4732 3161
uitspraakdatum : 30 juli 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Betrokkene is verschenen. De kantonrechter heeft de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal over te leggen.
De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 30 juli 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is dhr. [naam] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg A58 te Gilze op 2 februari 2022 om 19:49 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene ontkent de vermeende gedraging te hebben verricht en stelt geen mobiel elektronisch apparaat te hebben vastgehouden. Daarnaast is er niet voldaan aan de bestanddelen van artikel 61a RVV. Er is geen merk, type of vorm van het mobiel elektronisch apparaat genoteerd. De verbalisant dient te controleren of het een telefoon betreft en kan daar niet gemakshalve van uitgaan. Betrokkene heeft geblindeerde ramen en de stoel zit op de achterste stand, waardoor betrokkene zijn gezicht maar half te zien is vanaf de zijkant. Gemachtigde verwijst naar verschillende uitspraken. Ook is het zaakoverzicht en de verklaring van de verbalisant daarin niet op ambtseed afgelegd. Daardoor kan hieraan geen bijzondere bewijskracht toekomen. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de verbalisant acht weken de tijd heeft gehad om een aanvullend proces-verbaal in te dienen, maar dat is niet gebeurd. Op 31 januari is er een brief toegestuurd dat er geen aanvullend proces-verbaal is en dat de zaak kan worden afgedaan. Nu is nagelaten een aanvullend proces-verbaal in te dienen is de informatie in de zaak te summier. Betrokkene stelt de gedraging niet te hebben verricht en de verbalisant heeft te summier verklaard waarom er geen staandehouding plaats had gevonden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat zij een aanvullend proces-verbaal kan overhandigen dat op 31 januari 2024 was opgesteld. Ook afgezien van het aanvullend proces-verbaal kan volgens de zittingsvertegenwoordiger de gedraging worden vastgesteld. De redelijke termijn is overschreden waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete te matigen met 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter heeft op de eerste zitting de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen binnen acht weken en aanvullend proces-verbaal over te leggen waarin er toelichting zou worden gegeven op de aanleiding van de staandehouding en daarbij in zou gaan op het verweer van betrokkene. Ook diende de verbalisant in te gaan op welke wijze zij de gedraging tijdens het langzaam passeren hebben kunnen constateren, terwijl betrokkene geblindeerde achterramen heeft.
Van deze gelegenheid heeft de officier van justitie geen gebruik gemaakt. Pas op de tweede zitting stelt de zittingsvertegenwoordiger dat er wel een proces-verbaal is, maar dat is te laat en de kantonrechter acht dit in strijd met de goede procesorde. De kantonrechter heeft daarom geweigerd dit stuk aan het dossier toe te voegen.
Gelet hierop bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter, gezien de door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden, onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht. De twijfel die er bij de kantonrechter was die de zaak heeft aangehouden is niet weggenomen. Dit betekent dat het beroep gegrond moet worden verklaard en de bestreden beslissing moet worden vernietigd.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 312,00
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 156,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- =
€ 437,50
totaal € 1.343,00

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.343,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: