ECLI:NL:RBZWB:2024:5559

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 augustus 2024
Publicatiedatum
13 augustus 2024
Zaaknummer
22/5607WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep Wmo na overeenstemming en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 12 augustus 2024 het beroep van eiser tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere inzake de toekenning van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Tijdens de zitting is door partijen overeenstemming bereikt over de toekenning van een persoonsgebonden budget voor begeleiding van 20 uur per week voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 1 januari 2028, tegen het tarief zoals vastgesteld door de Centrale Raad van Beroep. Tevens heeft het college toegezegd het griffierecht en de proceskosten te vergoeden.

Omdat het geschil daarmee is opgelost, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat eiser recht heeft op een schadevergoeding van € 500 vanwege overschrijding van de redelijke termijn, welke door de Staat wordt betaald. Ook wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor het verzoekschrift tot schadevergoeding.

De uitspraak is in het openbaar gedaan door de voorzitter en twee leden van de meervoudige kamer, waarna partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5607 WMO15
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 12 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. A. van 't Laar),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere.

Als derde-belanghebbende is in het geding betrokken:
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de toekenning van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn moeder en zijn gemachtigde. Namens het college zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] .
1.2.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank stelt vast dat dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen. Afgesproken is dat het college over de periode 1 juli 2022 tot en met 1 januari 2028 de voorziening begeleiding toekent voor 20 uur per week in de vorm van een persoonsgebonden budget, tegen het geldende tarief zoals uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep in zijn uitspraak van 16 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1580.
3. Het college heeft toegezegd het griffierecht van € 50,00 te vergoeden. Ook zal het college de proceskosten vergoeden tot een bedrag van € 1.760,50 (2 punten met een waarde per punt van € 875,00 en reiskosten van € 10,50).
4. Omdat partijen tot overeenstemming zijn gekomen, bestaat er geen procesbelang meer bij een oordeel van de rechtbank. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
5. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn heeft eiser recht op een schadevergoeding van € 500,00. Deze komt ten laste van de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid).Voor het indienen van het verzoekschrift tot schadevergoeding krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 437,50 (1 punt met een waarde van € 875,00 en wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling van een schadevergoeding aan eiser van € 500,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling van de proceskosten voor het verzoekschrift tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2024 door mr. I.M. Josten, voorzitter, en mr. M. Snoeks en mr. T.I. van Term, leden, in aanwezigheid van
mr. A.J.M. van Hees, griffier.
griffier
voorzitter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.