ECLI:NL:RBZWB:2024:5418
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waardebepaling vrijstaande woning in gemeente Reimerswaal
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1880 met een woonoppervlakte van 151 m² en een perceel van 387 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op € 282.000 en legde de aanslag OZB en andere heffingen op. Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen deze waarde en stelde een lagere waarde van € 225.000 voor.
De rechtbank toetste de waardebepaling aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen rondom de waardepeildatum werden gebruikt. Twee referentiewoningen werden als voldoende vergelijkbaar beoordeeld, terwijl een derde woning vanwege aanzienlijke verschillen buiten beschouwing werd gelaten. De heffingsambtenaar had inzichtelijk gemaakt hoe rekening was gehouden met verschillen in bouwjaar, oppervlakte, uitstraling en perceel.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde staat, het ontbreken van een achtertuin en de lage bovenverdieping. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar deze aspecten adequaat had verwerkt in de waardering en dat belanghebbende onvoldoende onderbouwing had geleverd voor een hogere correctie.
Daarom is de WOZ-waarde van € 282.000 niet te hoog vastgesteld. Het beroep is ongegrond verklaard, de aanslagen blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 282.000 blijft gehandhaafd.