Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaak tussen
Stichting Duinbehoud, uit Leiden, eisers
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland.
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Artikel 8:69a
Artikel 2.1
Artikel 2.11
15.1bedoelde bestemming worden gebouwd:
'maximale goot- en bouwhoogte (m)' tenzij in rij 2 t/m 14 uit deze tabel anders is bepaald
'maximale goot- en bouwhoogte (m)' tenzij in rij 2 t/m 14 uit deze tabel anders is bepaald
40 m2
15.1bedoelde gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kwaliteitseis-1' dan wel 'specifieke vorm van recreatie - kwaliteitseis-3' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) houtgewassen te verwijderen, rooien of vellen en aanwezige dijken en taluds te vergraven of ontgraven.
15.1bedoelde gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - duinbeken' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
15.6.1vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
15.6.1wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige omtrent de vraag of aan de voorwaarde als bedoeld in
15.6.3wordt voldaan.