ECLI:NL:RBZWB:2024:4718
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen herziening en terugvordering gezinsbijslag bij samenlopende rechten uit Nederland en België
Eiseres, woonachtig in Nederland en moeder van acht kinderen, ontving gezinsbijslag waaronder kinderbijslag en kindgebonden budget. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag het recht op gezinsbijslag over de periode van het eerste tot en met derde kwartaal 2021 en vorderde een bedrag van € 6.631,94 terug, omdat de Belgische gezinsbijslag over bepaalde maanden niet was verrekend.
De rechtbank stelde vast dat de ex-partner van eiseres in België werkt en recht heeft op gezinsbijslag, waardoor volgens de Europese samenloopregeling prioriteit aan België toekomt. De Svb bracht terecht de Belgische gezinsbijslag in mindering op de Nederlandse uitkering. Eiseres betwistte het bewijs van betaling door België, maar de rechtbank vond dat de Svb voldoende bewijs had geleverd met een officiële brief en bijlage van de Vlaamse overheid.
Eiseres voerde ook een beroep op het evenredigheids- en harmonisatiebeginsel aan, alsmede op dringende redenen om terugvordering te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke bepalingen dwingend zijn en dat geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking rechtvaardigen. Ook het harmonisatiebeginsel bood geen grond om de terugvordering op te schorten totdat de feitelijke betaling door België was ontvangen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van gezinsbijslag wordt ongegrond verklaard.