ECLI:NL:RBZWB:2024:4449
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete inkomstenbelasting 2019 wegens te late aangifte
Belanghebbende werd voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, vergezeld van een verzuimboete van €385 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. Ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning werd de aangifte niet binnen de gestelde termijnen ingediend. Pas in januari 2021 werd een onjuist biljet ingediend, gevolgd door een correct biljet in april 2021.
Belanghebbende voerde persoonlijke omstandigheden aan, waaronder een herseninfarct in 2018, als reden voor het verzuim. De rechtbank oordeelde echter dat dit geen vrijstelling van schuld oplevert, aangezien de uitnodiging pas in februari 2020 plaatsvond en er voldoende tijd was om maatregelen te treffen. Ook werd onvoldoende onderbouwd dat de adviseur niet in staat was de aangifte tijdig in te dienen.
De rechtbank wees het verzoek tot heropening van het onderzoek af vanwege het ontbreken van belanghebbende bij de zitting en de duidelijke schriftelijke standpunten. De opgelegde boete werd als passend en geboden beschouwd, ondanks een overschrijding van de redelijke termijn van circa tien maanden. Het beroep werd ongegrond verklaard, en belanghebbende kreeg geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete van €385 wegens te late aangifte inkomstenbelasting 2019 wordt ongegrond verklaard.