ECLI:NL:RBZWB:2024:4108
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring bezwaar tegen afname en verwerking DNA-profiel na veroordeling opzetheling en Opiumwetdelict
Veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname en verwerking van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 Wet Pro DNA, stellende dat het om een eenmalige jeugdzonde gaat en dat DNA-onderzoek disproportioneel is. Hij was ten tijde van het misdrijf 18 jaar en had geen eerdere onherroepelijke veroordelingen.
De officier van justitie stelde dat het bezwaar ongegrond moet worden verklaard omdat veroordeelde reeds eerder veroordeeld was, onder meer voor mishandeling, en recentelijk nog door het gerechtshof is veroordeeld voor straatroof, wat het recidivegevaar verhoogt.
De rechtbank oordeelt dat het misdrijf waarvoor veroordeelde is veroordeeld (opzetheling en overtreding Opiumwet) relevant is voor DNA-onderzoek. De uitzonderingsgrond van artikel 2 lid 1 onder Pro b Wet DNA geldt niet omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het DNA-onderzoek disproportioneel maken of het recidivegevaar laag is.
Veroordeelde heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in de toekomst geen strafbare feiten zal plegen waarbij DNA-onderzoek van belang kan zijn. Gezien zijn justitiële verleden en recente veroordelingen is het bezwaar ongegrond en wordt het bevel tot afname en verwerking van DNA gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen afname en verwerking van DNA is ongegrond verklaard en het bevel gehandhaafd.