ECLI:NL:RBZWB:2024:4100
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde mishandeling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen de afname van DNA-materiaal op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA. De veroordeelde was op het moment van het misdrijf 13 jaar oud en kreeg een leerstraf van 25 uur opgelegd voor mishandeling, een eenmalig incident in een context van pestgedrag.
De verdediging voerde aan dat gezien de jeugdige leeftijd, het geringe recidivegevaar en de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf plaatsvond, het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet proportioneel is. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat DNA-onderzoek relevant is bij mishandeling en dat er sprake is van een hoog recidiverisico.
De rechtbank oordeelde dat de uitzonderingsgrond van artikel 2, eerste lid, onder b van de Wet DNA van toepassing is. Gezien de leeftijd, de aard van de straf en het geringe recidivegevaar is het afnemen en verwerken van DNA disproportioneel. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en werd de vernietiging van het DNA-materiaal bevolen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname van de minderjarige veroordeelde wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.