ECLI:NL:RBZWB:2024:4080
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Breeman
- Haerkens-Wouters
- Rechtspraak.nl
Wraking rechter wegens vermeende partijdigheid afgewezen
Een verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter mr. Van Triest, stellende dat de rechter de schijn van partijdigheid wekte door een zitting niet te verdagen ondanks zijn verhindering. Verzoeker stelde dat eerdere zittingen wel werden verzet en dat zijn vrouw te kort voor de zitting was opgeroepen, wat duidde op vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing om de zitting niet te verdagen een procesbeslissing is waarover geen wrakingsklacht kan worden ingediend, tenzij sprake is van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Uit het dossier bleek dat verzoeker geen formeel verzoek tot uitstel had ingediend en dat het wrakingsverzoek niet mede namens zijn vrouw was ingediend, zodat haar oproeping niet relevant was.
De wrakingskamer vond geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of schijn daarvan. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd de voortzetting van de hoofdzaken in de bestaande stand bepaald. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.