Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het veroorzaken van onnodig geluid door te claxonneren bij een verkeerslicht in Tilburg op 10 april 2022. Hij stelde dat hij niet onnodig had geclaxonneerd en dat het bedrag te hoog was. Tijdens de zitting gaf hij aan dat hij claxonneerde om aan te tonen dat hij zijn rijbewijs had gevonden, en voelde zich getreiterd door de verbalisanten.
De officier van justitie erkende dat de feitcode niet juist was en stelde voor deze te wijzigen naar R419 (onnodig claxonneren) met een lager sanctiebedrag van €150,-, en verzocht om matiging van 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter oordeelde dat betrokkene inderdaad had geclaxonneerd zonder geldige reden, waardoor de boete terecht was, maar dat de feitcode aangepast moest worden.
Verder constateerde de kantonrechter een overschrijding van de redelijke termijn met een maand, wat aanleiding gaf tot matiging van de boete met 50%. De boete werd verlaagd tot €75,- plus administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag van €175,- moest worden terugbetaald. Het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.
Uitkomst: De boete wegens onnodig claxonneren wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, feitcode gewijzigd en boete met 50% gematigd tot €75,- plus administratiekosten.