Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren op een plek waar dat niet was toegestaan vanwege een parkeerverbodsbord op 2 oktober 2022 in Breda. Betrokkene voerde aan dat zij parkeervergunningen had maar door een evenement niet op haar gebruikelijke plekken kon parkeren en dat zij het verkeersbord niet had gezien.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar erkende een schending van de hoorplicht en verzocht om matiging van de boete met 25%. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat, maar dat de boete vanwege de omstandigheden en de schending van de hoorplicht met in totaal 50% gematigd moet worden.
De schending van de hoorplicht was structureel en leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. De boete werd gematigd tot € 50,- plus administratiekosten en het te veel betaalde bedrag moest worden terugbetaald. Betrokkene was niet verschenen bij de zitting.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd tot € 50,- plus administratiekosten en terugbetaling te veel betaalde zekerheid.